Een brug bouwen, een 'elastiek-auto' ontwerpen of een kerstboom met brandende lampjes creëren: reken maar dat de leerlingen van basisschool De Linde uit Doomkerke zich amuseren tijdens de twee uur STEM die ze om de twee weken krijgen van juf Veerle. Maar waarom is het belangrijk om daarin te investeren? En hoe bedenk je techniekopdrachten die passen bij zo'n jonge leeftijd?
Veerle heeft zelf geen technische achtergrond. Jarenlang gaf ze les in het tweede leerjaar, tot ze gebeten raakte door STEM via een techniekproject op school dat eigenlijk eenmalig zou zijn. Het enthousiasme van de leerlingen en haar eigen nieuwsgierigheid motiveerden haar om zich bij te scholen en STEM-juf te worden, in combinatie met uren als zorgjuf.
“Kinderen zijn altijd erg trots op wat ze maken. Dat maakt dat ze openbloeien in mijn lessen. Zeker als het gaat om leerlingen die minder goed zijn in theoretische vakken doet dat deugd: hun zelfvertrouwen groeit zienderogen wanneer ze ontdekken dat ze talent hebben voor techniek.
Het is leuk dat je via STEM kinderen meer bijbrengt dan klassieke kennis. Je stimuleert ook waardevolle vaardigheden als veiligheidszin, samenwerken, probleemoplossend denken en creativiteit.
Door STEM vroeg aan te bieden geef je kinderen een voorsprong in het middelbaar. De wetten van Newton bijvoorbeeld komen sowieso nog terug. Als je die al vermeldt bij een oefening koppelen leerlingen die theorie later aan de praktijk uit hun herinneringen.
Vroege positieve ervaringen met STEM kunnen maken dat leerlingen op termijn bewuster kiezen voor een technische richting, en dat ook ouders overtuigd raken van die keuze.”
“Ik heb het geluk dat ik mijn leerlingen jaar na jaar terugzie, waardoor ik mijn leerstof kan opbouwen”, zegt Veerle.
“De jongsten starten met de basis. Er is in het eerste leerjaar bijvoorbeeld een les rond elektriciteitsdraden strippen. En een andere over batterijen. Daarin ontdekken de kinderen welk soort batterij in welk toestel past, hoe ze die erin steken en wat de plus- en de minpool is. Niet alleen vinden ze dat allemaal heel leuk, het laat me ook toe om later complexere dingen te doen, want over de basis zoals draden en batterijen zijn er dan geen vragen meer.”
“Bij mijn opdrachten voorzie ik werkblaadjes. Om de leerstof te testen, maar ook om leerlingen aan te sporen om zelf te denken. Zo ontwerpen en bouwen de kinderen van het vierde niet alleen een elastiek-auto, ze testen én optimaliseren die ook. ‘Wat ga je aanpassen na test 1’, staat er op het werkblad, met inspirerende opties als ‘de auto zwaarder of lichter maken’, ‘de wielen groter maken’, ...”
“Inspiratie voor mijn lessen en opdrachten haal ik van de VIVES-techniekacademie, waar ik ook coach ben, of online op websites zoals vivesweb.be/sterkinstem, ontdektechniektalent.be, jongeontdek- kers.be, stemcomputer.be en ook Pinterest. STEM is overal om ons heen, dus het is eigenlijk niet moeilijk om relevante leerplandoelen aan oefeningen te verbinden. De leerlingen van het derde maken momenteel een molen met wieken die moeten kunnen draaien. Pure wiskunde: ze moeten het midden van twee spatels bepalen, ze loodrecht op elkaar vastmaken en versieren met evenwijdige lijnen.”
“Zorg dat je elke doe-opdracht al eens thuis gemaakt hebt voor je er met je leerlingen aan begint”, geeft Veerle nog als gouden tip. “Zo weet je of het haalbaar is, welk materiaal je zeker nodig hebt, hoelang het ongeveer duurt en welke vragen of problemen er kunnen komen. Blijkt een oefening toch te hoog gegrepen? Geen ramp. Dan weet je dat voor later en geef je die de volgende keer in een oudere klas.”